Confianza
E-magazine

Blijf op de hoogte!

Eruit halen wat erin zit.

01Voorwoord

02Auto en fiscus 2018

03Kantoor aan huis

04Pensioen in eigen beheer

05Werkkostenregeling

01Voorwoord

Weet jij nog wat de fiscale regels zijn als je een auto van de zaak hebt? En wanneer is er ook alweer sprake van een kantoor aan huis? Wil je alles weten van de stand van zaken van het pensioen in eigen beheer? We zetten het voor jou in dit e-magazine overzichtelijk op een rij. Deze onderwerpen - en de Werkkostenregeling - komen uitgebreid aan bod. Het jaar 2018 is nog maar net gestart, dus een update is altijd handig. 

Eruit halen wat erin zit!
Met dit e-magazine wil Confianza Accountants er voor haar klanten uit halen wat erin zit! Wil jij dit ook, voor jezelf, voor je partner en voor je personeel? Lees dan snel verder.

Heb je na het lezen van ons e-magazine nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op. 

02Auto en fiscus 2018

Rij je in een milieuvriendelijke auto, dan heb je kunnen genieten van een groot aantal fiscale voordelen. De afgelopen jaren zijn deze voordelen steeds verder teruggebracht. Toch kun je ook in 2018 nog (beperkt) gebruik maken van een aantal fiscale voordelen.

Bijtelling privégebruik auto
Voor de meeste nieuwe auto's van de zaak waar ook privé mee wordt gereden, geldt vanaf 2017 een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en BPM). Alleen voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot geldt vanaf 2017 nog een lagere bijtelling van 4%. Voor een nieuwe auto gelden in 2018 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

    Soort auto        Bijtelling         CO2-uitstoot
    Nulemissie        4%                     0
    Overig                 22%                   Meer dan 0

In 2019 wijzigt de bijtelling wederom. De standaardbijtelling blijft 22%, maar de bijtelling van 4% voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt alleen voor de eerste € 50.000 cataloguswaarde. Daarboven geldt ook voor deze auto’s een bijtelling van 22%. Er geldt een uitzondering voor auto’s zonder CO2-uitstoot op waterstof; deze auto’s houden wel een bijtelling van 4% over de gehele cataloguswaarde.

Vanaf 2021 is er nog maar één bijtellingspercentage van 22%. Uiteraard geldt dit niet voor auto’s van voor die datum die nog in hun 60-maandentermijn zitten.

Let op! Is jouw auto ouder dan 15 jaar? Dan bedraagt de standaardbijtelling niet 22% van de cataloguswaarde, maar 35% van de waarde in het economisch verkeer!

Milieu-investeringsaftrek
Er bestaat in 2018 geen recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Voor de waterstofpersonenauto bestaat recht op 75% willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen (VAMIL) over een bedrag van maximaal € 50.000, net zoals in 2017. In 2018 geldt de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor de waterstofpersonenauto met een CO2-uitstoot van 0 gr/km, voor de elektrische auto's met een CO2-uitstoot van 0 gr/km en voor de plug-in hybride met een CO2-uitstoot van maximaal 30 gr/km (niet zijnde een dieselauto).

Motorrijtuigenbelasting
De hoogte van de motorrijtuigenbelasting (MRB) is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de CO2-uitstoot van de auto. Voor personenauto's met een CO2-uitstoot van 0 gr/km geldt tot en met 2020 een vrijstelling. Voor plug-in hybrides met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gr/km geldt tot en met 2020 een halftarief.

BPM
Als jouw auto op kenteken wordt gezet, wordt BPM geheven. Deze BPM zorgt er mede voor dat auto's in Nederland duur zijn. De hoogte van de BPM is voor personenauto’s gebaseerd op de CO2-uitstoot. Tot en met 2020 geldt nog een vrijstelling BPM voor auto's met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Voor personenauto's waarvoor geen vrijstelling geldt, is de BPM hoger naarmate de CO2-uitstoot groter is.

De volledige advieswijzer Auto en fiscus 2018 lees je hier.

03Kantoor aan huis

Het lijkt aantrekkelijk: wonen en werken in één pand. Maar een kantoor aan huis is lang niet altijd ook fiscaal aantrekkelijk. Er gelden heel wat regels. Zo is er onder meer een verschil in de behandeling van een kwalificerende en een niet-kwalificerende werkruimte. Daarnaast gelden er voor een ondernemer met een eenmanszaak, vof of maatschap andere regels dan voor een ondernemer met een bv. En hoe zit het eigenlijk met de btw? Lees snel verder!

Kwalificerende werkruimte
Als eerste is het van belang vast te stellen of sprake is van een fiscaal kwalificerende ruimte. Hiervoor moet de werkruimte voldoen aan het zelfstandigheids- en het inkomenscriterium.

Zelfstandigheidscriterium
De werkruimte voldoet aan het zelfstandigheidscriterium als deze een zodanige zelfstandigheid bezit dat deze duidelijk te herkennen is. De werkruimte moet in ieder geval over een eigen ingang en over eigen sanitair beschikken.

Inkomenscriterium
De werkruimte voldoet aan het inkomenscriterium als je het inkomen voor een groot gedeelte in of vanuit deze ruimte verdient. Is dit jouw enige werkruimte, dan moet je het inkomen voor ten minste 30% in de ruimte en voor ten minste 70% in of vanuit de ruimte verdienen. Heb je nog een andere werkruimte, dan moet je het inkomen voor ten minste 70% in de ruimte verdienen.

Ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap
Omdat de werkruimte eigendom is van de eigenaar (natuurlijk persoon) en niet van de eenmanszaak, vof of maatschap, is het voor het bepalen van de fiscale winst noodzakelijk om onderscheid te maken tussen zaken die wel en zaken die niet voor de onderneming worden gebruikt. Dit noemen we vermogensetikettering.

Woning is privévermogen
De kosten van een niet-kwalificerende werkruimte kan je niet van de winst aftrekken. Op deze werkruimte is gewoon de eigenwoningregeling van toepassing.

Op een kwalificerende werkruimte is de eigenwoningregeling niet van toepassing. Dit betekent dat je voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt: de waarde van de werkruimte en het deel van de (hypothecaire) geldlening dat daarbij hoort, moeten worden aangeven als bezitting en schuld in box 3. De kosten van de werkruimte mag je van de winst aftrekken.

Woning is ondernemingsvermogen
Als de werkruimte als ondernemingsvermogen is geëtiketteerd, dan kan je de kosten aftrekken van de winst. De werkruimte valt dan niet onder de eigenwoningregeling, maar wordt belast als onderdeel van de winst uit onderneming.

Werkruimte in huurwoning
Kwalificerende werkruimte
Als sprake is van een werkruimte in een huurwoning, kan je een evenredig deel van de huur en de huurderslasten in aftrek brengen als sprake is van een kwalificerende werkruimte.

Niet-kwalificerende werkruimte
Als ten minste 10% van de woning bestemd is om gebruikt te worden ten behoeve van de onderneming, kon je tot en met 2016 echter ook kiezen om het huurrecht van de gehele woning als ondernemingsvermogen te etiketteren.

Door een wetswijziging is het met ingang van 1 januari 2017 niet meer mogelijk aftrek te krijgen voor een niet-kwalificerende werkruimte als je het huurrecht als ondernemingsvermogen etiketteert.

Ondernemers met een bv
Onderneem je vanuit een bv, dan geldt ook het onderscheid tussen een kwalificerende en een niet-kwalificerende werkruimte.

Kwalificerende werkruimte
De werkruimte valt voor jou, als dga, in box 1 (de TBS-regeling). Dit betekent dat de vergoeding op zakelijke gronden moet worden vastgesteld. De vergoeding is voor de bv aftrekbaar van de winst en vormt voor de dga, na aftrek van alle aan de werkruimte toe te rekenen kosten, inkomen in box 1. Op dit belaste inkomen mag je nog wel de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% in aftrek brengen.

Niet-kwalificerende werkruimte
Een niet-kwalificerende werkruimte valt onder de eigenwoningregeling: het eigenwoningforfait wordt berekend over de woning inclusief de werkruimte. Een eventuele vergoeding voor de werkruimte wordt voor de dga behandeld als loon. Het is echter mogelijk om de vergoeding als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Btw en ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap
Het onderscheid tussen een kwalificerende en niet-kwalificerende werkruimte is voor de btw niet van belang. Voor de btw is van belang of de zaken zijn gebruikt ten behoeve van de onderneming en of je hiermee btw-belaste omzet behaalt.

Btw en ondernemers met een bv
Als je, als dga, ondernemer voor de btw bent voor het verhuren van de werkruimte aan de bv en je voor btw-belaste verhuur opteert, dan kan je de btw met betrekking tot deze werkruimte in aftrek brengen. Verhuur van de werkruimte aan de bv leidt echter niet zonder meer tot ondernemerschap voor de btw. De rechtspraak hierover is nog niet duidelijk.

De volledige advieswijzer Kantoor aan huis 2018 lees je hier.

04Pensioen in eigen beheer

Pensioen in eigen beheer afgeschaft: welke keuze maak jij?

Sinds 1 juli 2017 kan je geen pensioen meer opbouwen in de eigen bv. Het pensioen in eigen beheer is afgeschaft. Maar wat te doen met de bestaande pensioenvoorziening in eigen beheer? Je kan kiezen uit drie mogelijkheden, afhankelijk van de keuze moet jouw partner instemmen en heb je een informatieplicht richting de Belastingdienst. Lees verder voor meer informatie.

Einde pensioen in eigen beheer
Het pensioen in eigen beheer kent de nodige voordelen, maar ook de nodige knelpunten. Deze knelpunten worden grotendeels veroorzaakt doordat de fiscale regels voor waardering van de pensioenverplichting afwijken van de commerciële regels.

Voor het pensioen in eigen beheer is op de balans van de bv een voorziening gevormd. De hoogte van deze voorziening is gebonden aan fiscale regels. Deze voorziening noemen we de fiscale waarde. Daarnaast kennen we ook een commerciële waarde van het pensioen. Dat is een indicatie van hoeveel het pensioen op dit moment echt waard is. Deze waarde wijkt af van de fiscale waarde en is op dit moment soms wel twee tot drie keer zo hoog. Door die afwijking is het voor veel dga’s lastig om dividend uit te keren. Ook bij echtscheiding kan men in de problemen komen als het deel van de pensioenvoorziening van de ex-partner tegen commerciële waarde moet worden verdeeld.

Als oplossing voor de knelpunten heeft het kabinet ervoor gekozen het pensioen in eigen beheer af te schaffen per 1 april 2017. Na een uitloop van drie maanden tot 1 juli 2017 is de pensioenopbouw in eigen beheer nu definitief ten einde gekomen.

Keuzemogelijkheden
Voor iedereen die een pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd, is er een overgangsregime tot en met 31 december 2019, waarin je moet kiezen wat wil doen met de bestaande pensioenvoorziening in de bv. Je hebt drie mogelijkheden: afkopen, omzetten of laten staan. Aan jou de keuze!

Let op! Het is aan jou welke mogelijkheid je kiest. Laat je hierover goed adviseren, want alle mogelijkheden kennen zo hun eigen voor- en nadelen.

Mogelijkheid 1: afkopen met een belastingkorting

Je kunt het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer fiscaalvriendelijk met een belastingkorting afkopen. Daarbij wordt de pensioenaanspraak zonder fiscale gevolgen afgestempeld van commerciële waarde naar fiscale (balans)waarde. Met dit afstempelen geef je dus een deel van de pensioenaanspraak prijs.

De afgestempelde pensioenaanspraak kan je vervolgens fiscaal vriendelijk in één keer met een belastingkorting volledig afkopen. Deze jaarlijks aflopende korting geldt nog tot eind 2019 en wordt maximaal verleend over de fiscale (balans)waarde van de pensioenverplichting op 31 december 2015. Over de waardestijgingen na die datum wordt geen korting verleend.

De partner bij afkoop
De (ex-)partner zal moeten instemmen met de afkoop. Dit heeft namelijk ook gevolgen voor zijn of haar pensioenrechten. Ook de partner zal hierover dus moeten worden geadviseerd. Het verdient de voorkeur (en mogelijk moet het zelfs wegens zorgplicht van de accountant) dat dit door een andere adviseur gebeurt dan door de eigen accountant of belastingadviseur. Om mogelijke problemen in de toekomst te voorkomen, zijn goede afspraken noodzakelijk!

Lees hier de volledige advieswijzer Einde pensioen in eigen beheer: kiezen voor afkoop 2018.

Mogelijkheid 2: omzetten in een oudedagsverplichting

Je kunt het opgebouwde pensioen in eigen beheer omzetten in een oudedagsverplichting. Ook dan vindt eerst zonder fiscale gevolgen de afstempeling van de pensioenaanspraak plaats van commerciële waarde naar fiscale (balans)waarde. Deze afgestempelde pensioenaanspraak wordt vervolgens omgezet in een spaarverplichting voor de oude dag. Deze omzetting kan tot uiterlijk 31 december 2019.

Bij deze mogelijkheid houd je het geld en de aanspraak voor de oude dag binnen de bv. Na omzetting in de oudedagsverplichting is geen verdere opbouw meer mogelijk. Wel moet het oudedagspotje tot pensioendatum jaarlijks worden opgerent tegen de voorgeschreven marktrente.

De partner bij omzetten
Net als bij de afkoopmogelijkheid is de procedure bij het omzetten van het eigenbeheerpensioen naar een oudedagsverplichting voor wat betreft de partner hetzelfde. Jouw (ex-)partner zal met de omzetting moeten instemmen. Ter bescherming van zijn of haar rechten zal de partner hierover goed moeten worden geïnformeerd. Ook een compensatie aan de partner voor het verlies van zijn of haar rechten op een deel van het in eigen beheer opgebouwde ouderdomspensioen (partnerpensioen) kan aan de orde zijn.

Lees hier de volledige advieswijzer Einde pensioen in eigen beheer: kiezen voor omzetting 2018.

Mogelijkheid 3: het pensioen in eigen beheer ongewijzigd laten

Je kunt er ook voor kiezen om niets te doen, oftewel het pensioen in eigen beheer te laten staan. De huidige regels blijven dan gelden. Er kan echter sinds 1 juli 2017 geen verdere opbouw aan het eigenbeheerpensioen meer plaatsvinden. De jaarlijkse actuariële oprenting van de reeds opgebouwde pensioenrechten is wel verplicht en, afhankelijk van de pensioentoezegging, is mogelijk ook jaarlijkse indexering nodig.

Het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van de pensioenaanspraak blijft bestaan. Op pensioeningangsdatum zal de bv de pensioenreservering aan jou gaan uitkeren, zoals dit is vastgelegd in de pensioenovereenkomst tussen jou en de bv.

Let op! Hou je het pensioen in eigen beheer in stand, pas dan extra op met dividenduitkeringen. Een dividenduitkering is namelijk pas mogelijk als er voldoende vermogen in de bv is en blijft voor de dekking van het pensioen. Om dit te bepalen moet je niet uitgaan van de fiscale waarde van de pensioenverplichting zoals die op de balans staat, maar van de commerciële waarde.

Ten slotte
Het overgangsregime vervalt per 2020. Vóór die tijd zal je een keuze voor het huidige eigenbeheerpensioen moeten hebben gemaakt. Nu verdere pensioenopbouw in de bv sinds 1 juli 2017 niet meer mogelijk is, zal je ook na moeten denken over de toekomstige jaren. Hoe ziet in financieel opzicht jouw onbezorgde oude dag eruit? Je kan besluiten om door te gaan met de opbouw van pensioen bij een verzekeringsmaatschappij of misschien is een oudedagslijfrente een optie. Mogelijk heb je een flinke ‘buffer’ opgebouwd in de bv, voor voldoende dividenduitkeringen na pensionering. Waar je ook voor kiest, laat je door ons goed adviseren.

05Werkkostenregeling

De hoofdpunten op een rij

In februari vindt de afrekening van de werkkostenregeling (WKR) voor 2017 plaats. De werkkostenregeling blijft voor velen nog lastige materie. Daarom hieronder een overzicht van de hoofdlijnen.

De regels op een rij
Uitgangspunt in de WKR is dat alles wat je aan de werknemer verstrekt, vergoedt of ter beschikking stelt, loon is. Er zijn echter uitzonderingen. Zo vormen vrijgestelde aanspraken, zoals pensioenaanspraken en vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen, geen loon. Datzelfde geldt voor intermediaire kosten.

Ook verstrekkingen waarvoor de werknemer een eigen bijdrage van ten minste de (factuur)waarde betaalt, zijn niet belast. Dit geldt ook voor producten uit het eigen bedrijf, mits de werknemer hiervoor minimaal 80% van de consumentenprijs inclusief btw betaalt en het voordeel niet groter is dan € 500 per jaar.

Binnen de WKR mag je maximaal belastingvrij 1,2% van het totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor werknemers. Dit wordt de 'vrije ruimte' genoemd. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaal je wel loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Dit is een last die jij draagt en dus niet de werknemers.

Niet alles valt in de vrije ruimte: gerichte vrijstellingen
Bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vormen wel loon, maar kunnen toch onbelast gegeven worden, zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Deze vrijstellingen heten gerichte vrijstellingen. Dit zijn bijvoorbeeld vergoedingen en verstrekkingen voor de werkelijke kosten van openbaar vervoer en reiskosten eigen vervoer en maaltijden bij overwerk, koopavonden of dienstreizen en personeelskortingen tot 20%.

Keuzemogelijkheid
In beginsel worden alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen regulier verloond bij werknemers als werknemersloon. Je houdt dan loonbelasting en premies volksverzekeringen in op het brutobedrag en betaal je zelf nog de premies werknemersverzekeringen. Alleen als je kiest om deze aan te wijzen als WKR-loon, kan je de gerichte vrijstelling of vrije ruimte toepassen en vindt, wanneer je de vrije ruimte te boven gaat, de belastingheffing bij jou plaats. Je moet deze keuze wel maken voordat je een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling toekent aan de werknemer en je kunt niet meer op de keuze terugkomen, behalve als er echt sprake is van een fout.

Let op! Sommige onderdelen zijn verplicht werknemersloon. Die kan je dus niet aanwijzen in de vrije ruimte. Zo horen de auto van de zaak, de dienstwoning en boetes altijd tot het loon van de werknemer.

Gebruikelijkheidstoets
De gebruikelijkheidstoets legt een beperking op aan de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die je onder kunt brengen in de WKR. Dit is een lastig criterium dat inhoudt dat vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet in de WKR kunnen worden ondergebracht als deze voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed of verstrekt wordt.

Niet alleen de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling zelf moet gebruikelijk zijn, maar het moet ook gebruikelijk zijn dat de werknemer deze belastingvrij krijgt en dat je de belasting via eindheffing voor jouw rekening neemt.

Een nieuwe eis met ingang van 2018 is dat aanwijzing in de vrije ruimte of als eindheffingsloon redelijk moet zijn.

Nihilwaardering voor werkplekvoorzieningen
Voor een aantal faciliteiten die voornamelijk worden gebruikt op de werkplek, zoals werkkleding en consumpties op de werkplek, geldt een nihilwaardering.

Let op! De 'werkplek' is de plaats waar de werknemer arbeid verricht en waarop voor de werkgever de Arbowetgeving van toepassing is. De werkplek in de eigen woning van een van de werknemers is uitgezonderd.

Noodzakelijkheidscriterium
Voor gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen geldt onder het noodzakelijkheidscriterium een gerichte vrijstelling. Met het noodzakelijkheidscriterium is een vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling gericht vrijgesteld als deze noodzakelijk is voor het werk.

Gerichte vrijstelling voor werkplekgerelateerde voorzieningen
Ook voor geheel of gedeeltelijk op de werkplek te gebruiken arbovoorzieningen en hulpmiddelen geldt een gerichte vrijstelling.

Let op! Voor hulpmiddelen die niet onder één van de andere gerichte vrijstellingen vallen, geldt als extra eis dat deze voor minimaal 90% zakelijk worden gebruikt.

Normbedragen
Er is een aantal normbedragen voor loon in natura. Je kunt hierbij denken aan huisvesting ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, maaltijden op de werkplek en kinderopvang op de werkplek.

Concernregeling
De WKR geldt per werkgever. Dit is anders als de concernregeling kan worden toegepast. Deze regeling maakt het mogelijk om de vrije ruimtes binnen één concern samen te voegen. De concernregeling kan onder meer worden toegepast als de moedermaatschappij voor minimaal 95% eigenaar is van de dochtermaatschappij(en).

Vaste kostenvergoeding
Ook onder de WKR is een vaste kostenvergoeding mogelijk. Je moet dan wel een onderscheid maken tussen gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten en overige posten. Vergoedingen van overige posten zijn loon. Je mag deze onderbrengen in de WKR. Voor zover beschikbaar kan je daarbij gebruikmaken van de vrije ruimte. Voor gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten mag je alleen een onbelaste vaste kostenvergoeding geven als je de vergoeding onderbouwt met een onderzoek vooraf naar de werkelijk gemaakte kosten en je dit onderzoek herhaalt als de Belastingdienst daarom vraagt.

Jaarlijkse afrekening
Bij overschrijding van de vrije ruimte vindt een eindheffing plaats van 80%. Deze eindheffing moet voor het jaar 2017 worden afgedragen bij de aangifte januari 2018, die uiterlijk eind februari 2018 moet worden ingediend en afgedragen.

Let op! Als de inhoudingsplicht eindigt, mag niet gewacht worden met afrekenen tot de aangifte van januari, maar moet worden afgerekend in de aangifte over het tijdvak waarin de inhoudingsplicht is geëindigd.

Het totale bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen moet uit de administratie te halen zijn. Bedenk daarbij dat verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gewaardeerd worden op de inkoopfactuur (inclusief btw). Vaak zal de administratie exclusief btw geboekt worden. Vergeet dan niet de btw voor de waardering van de verstrekkingen of terbeschikkingstellingen nog bij te boeken.

Het totale bedrag in de administratie aan vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die je hebt aangewezen in de WKR moet je koppelen aan het fiscale loon (kolom 14 van de loonstaat) in de loonadministratie. Op die manier kan jij, maar ook de Belastingdienst, toetsen of je binnen de vrije ruimte blijft.

Lees hier de volledige advieswijzer Werkkostenregeling 2018.

Tot slot
De WKR is voor veel werkgevers in het mkb nog lastig werkbaar. In de loop van 2018 wordt een evaluatie van de regeling verwacht, die mogelijk zal leiden tot vereenvoudigingen. Op dit moment heb je daar nog niet zoveel aan en vindt in februari 2018 de afrekening van de WKR 2017 plaats op basis van de huidige regels. Confianza houdt je uiteraard op de hoogte.

Twijfel je nog over de toepassing van de diverse WKR-regels binnen de onderneming? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen je graag verder!

Confianza Magazine

01 Voorwoord

02 Auto en fiscus 2018

03 Kantoor aan huis

04 Pensioen in eigen beheer

05 Werkkostenregeling

Bel: 071-4076380 of info@confianza.nl
Dune Pebbler
|
Privacy regeling